|
Ten behoeve van het testen van informatiesystemen wordt door softwaretesters incidenteel gebruik gemaakt van persoonsgegevens. De testers stellen met deze persoonsgegevens vast dat informatiesystemen voldoen aan de eisen die er aan worden gesteld. Tot deze eisen behoren ondermeer de beveiliging, de juistheid van gegevens en de bruikbaarheid van een informatiesysteem voor een gegeven doelgroep. Door gebruik te maken van échte persoonsgegevens kan de juiste werking van een informatiesysteem beter worden aangetoond, bijvoorbeeld doordat de verwerking van een nieuwe versie van een salarissysteem hetzelfde totaal oplevert als de oude versie. Op het gebruik van persoonsgegevens bij het testen van software berust een taboe: persoonsgegevens dienen niet ongeanonimiseerd onder ogen van ICT'ers te komen. Immers, je moet er niet aan denken dat Erik de Tester je medische gegevens loopt te begluren. Onder bepaalde omstandigheden kan echter het belang van de bescherming van de privacy van burgers niet opwegen tegen het belang van de burger om op een juiste manier in informatiesystemen gerepresenteerd te worden. Immers, je moet er niet aan denken dat de resultaten van jouw medisch onderzoek verkeerd op een computerscherm aan de dienstdoende arts worden getoond omdat Erik de Tester niet al zijn testen heeft kunnen doen. Ondanks het taboe en ondanks het feit dat er een gezonde afweging mogelijk zou moeten zijn tussen privacy enerzijds en zwaarwegend belang anderzijds, komt het toch met regelmaat voor dat testorganisaties het gebruik van persoonsgegevens niet als uitzondering beschouwen. Aan de andere kant zijn er ook voldoende organisaties die het gebruik van persoonsgegevens dusdanig schuwen dat de kwaliteit van hun software hier nadeel van ondervindt. In Nederland ziet het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) er op toe dat door de overheidsorganisaties, maar ook hierbuiten, zorgvuldig met de gegevens van Nederlandse burgers wordt omgegaan en dat hun privacy gewaarborgd blijft. Het CBP houdt toezicht op de wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen: de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), de Wet Politie Gegevens (WPG) en de Wet Gemeentelijke Basisadministratie (WGB). Het gebruik van persoonsgegevens door testers wordt veelal overgelaten aan de integriteit van testorganisatie of zelfs aan een individuele tester. De richtlijnen die vanuit de overheid worden gesteld geven dan ook te veel interpretatieruimte om een eenduidig beleid te vormen. Het gevolg is dan ook dat veel testorganisaties in één de uitersten terechtkomen: geen enkele vorm van gebruik van persoonsgegevens, of altijd maar echte gegevens gebruiken in plaats van anonieme testdata. In de ideale situatie maakt een testorganisatie routinematig en in de regel gebruik van speciaal voor dit doel gemaakte fictieve testgegevens met bijbehorende fictieve persoonsgegevens of heeft een goede manier gevonden om persoonsgegevens te anonimiseren. Daar waar dit de kwaliteit van de software ten goede komt en de belangen van individuele burger niet worden geschaadt kan, onder voldoende gedefinieerde en gecontroleerde omstandigheden, gebruik worden gemaakt van persoonsgegevens. De precieze omstandigheden zullen variëren, maar er is hier een rode lijn te herkennen. Geraadpleegde bronnen:
Gerelateerde informatie:
|